Team Rocket | Pokemon | E-Mail | Contact

 Index
 » Beginpagina
 » Blauwe Versie
 » Gastenboek
 » Over Mijzelf
 » Awards
 » Leden TR
 » Contact

 Diversen
 » Diverse Info
 » Motto
 » Plaatjes
 » Banned Episodes
 » Leukste Uitspraken
 » Songs

 Overige
 » Wallpapers
 » Stemmen TR
 » Rants
 » TR Merchandise
 » Fan-Art
 » Fan-Fics
 » Downloads
De Ruzie
“Ik heb honger.” “Je hebt je eigen rantsoen.” “Ik heb het koud.” “Wij ook.” “Waarom stoppen we niet even.” “KOP DICHT!”schreeuwde Jesse. James hield meteen zijn mond. Hij probeerde weg te kruipen in zijn doorweekte uniform, alsof hem dat zou beschermen tegen de stromende regen en Jesse’s geschreeuw. Jesse had de enige paraplu en liep, met Meowth vlak naast haar, met een chagrijnig gezicht over het modderige paadje. “Als we nu stoppen, worden we alleen maar natter.” “Dat kan al niet meer.”zuchtte James. “Wat zei je?!” “Niks, niks laat maar.” Wat was Jesse toch soms een draak. Hij had het niet makkelijk. Met heimwee dacht James terug aan de grote openhaarden in zijn ouderlijk huis. Daar had hij nooit last van regen en kou. Nou ja, je moest er wat voor over hebben, om een lid van Team Rocket te zijn! “We hoeven nog maar een kilometer naar de volgende plaats.”zei Jesse toen ze langs een wegwijzer liepen. Tohma Town 1 km, stond er in krasserige letters op geschreven. Ik heb nog nooit van Tohma Town gehoord, dacht James. ’t Is vast een heel klein dorpje. Meowth wreef over zijn buik. “Ik denk dat ik mijn laatste stukje appel maar opeet. James?” James maakte de kleine zak die over zijn schouder hing open en zocht naar het stukje appel. Na een tijdje werd Meowth ongeduldig. “En?” “Het is er niet meer Meowth.”zei James ongelukkig. De blikken van Meowth en James gleden van de zak naar Jesse. Die bloosde en floot een onschuldig wijsje. “Jesse! Hoe vaak moeten we je nou nog zeggen dat we alles eerlijk moeten delen!”riep Meowth boos uit en trakteerde haar op een furieslag. Woedend gaf Jesse hem een klap. “Het is mijn zaak of ik mijn eten opeet, of jouw eten opeet, of dat van James.” “Je hebt mijn appel ook opgegeten!” zei James nadat hij nog een keer de zak had doorgezocht. “Die had ik bewaard voor vanavond!” Jesse haalde onverschillig haar schouders op. “Dat is dan jouw probleem.” James was furieus. Altijd, altijd liet hij zich door die feeks op zijn kop zitten. Ze was soms nog erger dan zijn verloofde! En dat wilde wat zeggen. Maar nu pikte hij het niet meer, dit was de druppel! Hij smeet de zak op de grond en richtte zich hoog op. “Ik ben jouw egoďstische gedoe meer dan zat Jesse!”schreeuwde hij. “Altijd doe je achter onze rug om dingen voor jezelf van óns spaargeld, je eet altijd ons eten op, je doet altijd alsof alle goede ideeën van jou zijn, geeft ons altijd de schuld van alle mislukkingen. Ik pik het niet meer!” Jesse was enigszins verbaasd door James plotselinge felheid, maar ze hervond snel haar houding. “En ik heb al het recht om die dingen te doen! Als jij zo stom bent om je eten onbewaakt achter te laten of om al ons spaargeld uit te geven aan een of ander stom plan dat vervolgens mislukt is dat niet mijn schuld! En hou nou je mond.” Maar James liet zich niet intimideren. “Nee, Jesse NEE! Ik pik het echt niet meer! De maat is VOL. Je ligt eruit, weg, finito, het einde, niks meer, noppes! Maak dat je wegkomt! Jij hoort niet meer bij het team.” James wees met zijn uitgestrekte hand naar het pad richting Tohma Town. Jesse, met de paraplu nog in haar hand, keek ontredderd van James naar het pad. Ze slikte. “Goed dan.”zei ze met een klein stemmetje en draaide zich om. Verbaasd over zijn eigen vastberadenheid en door het feit dat Jesse naar hem luisterde keek James haar na. Hij pakte de inmiddels modderige zak op en zocht een droog plaatsje onder de bomen aan de kant van de weg. Meowth bleef op de weg staan. “Kom hier Meowth.”zei James. Maar Meowth kwam niet. Trillend van de kou, in de regen ging hij midden op het pad liggen. Hij likte zijn poten en veegde over zijn snorharen en keek naar de richting waar Jesse was verdwenen. Vlak voor James in slaap viel zag hij nog Meowths beschuldigende blik die zich in de zijne boorde.

De volgende ochtend was Meowth weg. Hij lag niet meer op het pad. De regen was gestopt, maar overal lagen grote plassen water en alles was nat en glibberig. Nu was er helemaal geen team meer. Moederziel alleen begon James in de richting van Tohma Town te lopen. Omdat hij keek niet waar hij liep en kwam hij maar langzaam vooruit. Hij struikelde voortdurend en vervloekte zichzelf omdat hij Jesse en Meowth had weggejaagd. Hij probeerde de nadelen van Jesse en Meowth op te noemen waar hij nu geen last meer van had. Jesse gebruikte hem altijd als slaafje, Meowth werd om het minste of geringste boos, net als Jesse, ze vonden zijn kroonkurken verzameling belachelijk… Naarmate hij dichter bij Tohma Town kwam, passeerden er meer mensen. Ze keken hem na en fluisterden tegen elkaar. Zijn hele uniform zat onder de modder, er zaten schrammen op zijn gezicht, er hingen takken en blaadjes in zijn haar en hij had wallen onder zijn ogen. Kortom: hij zag er verschrikkelijk uit. Ne een tijdje zag hij Tohma Town. Hij stond in een dal en zag op de heuvel voor hem een schattig stadje. De huizen waren klein en hadden keurige tuintjes. De geuren van vers brood en pas gemaaid gras vulden de lucht. James doorzocht zijn zakken. Zeventien eurocent en een heleboel kroonkurken. Daar kon hij niks van kopen. En hij had zo’n honger… Zuchtend liep hij een trap op die naar een klein pleintje leidde. In het midden van het pleintje stond een fontein in de vorm van een Kingdra. Hij ging op de rand zitten en legde zijn zak voor hem neer. “Een aalmoes alstublieft.”mompelde hij als er weer eens iemand voorbij kwam. Maar slechts één iemand gooide een muntstuk van twintig eurocent voor hem neer. Ongelukkig trok James zijn knieën op en leunde tegen de fontein aan, die overigens uit stond. Hij dronk wat van het heldere water dat in de grote bak van de fontein stond. Maar het stilde zijn honger uiteraard niet. Hij kon zich niet herinneren zich zo ellendig te hebben gevoeld. Geen geld, geen eten, geen Jesse, geen Meowth, geen team. Geen pokémon om te stelen of te vangen. Alleen Weezing en Victreebell. Maar daar kon hij nu ook niks mee beginnen. Na een korte rekensom kwam hij tot de conclusie dat hij al tweeënveertig uur lang op water leefde. Met een pijnlijke maag dacht hij aan het eten dat hij vroeger altijd kreeg. Warme croissants en de beste ham voor het ontbijt. Gekookte en gebakken eieren, worstjes, fruit in alle soorten en maten, melk, zes smaken thee…Van pure ellende viel hij weer in een onrustige slaap.

“Pardon. Pardon meneer. Hé, wordt eens wakker!” James deed versuft zijn ogen open. Wat was er nou weer? Voor hem stond echter niet Jesse of Meowth. Zelfs geen boze politieagent of winkelier. Het was een meisje dat hij niet kende. Ze had lang, krullend donkerbruin haar dat als een waterval over haar schouders viel. Haar ogen waren net grote edelstenen, en het was onmogelijk hun kleur te bepalen. Als het meisje haar ogen bewoog veranderde hun kleur van grijs naar blauw naar groen. Ze lachte vriendelijk naar hem. Ergens in de verte deed ze hem denken aan iets of iemand van lang geleden. Een fijne, warme herinnering. “Ik zou daar afkomen als ik jou was.”zei het meisje. “Over exact veertig… nee, dertig seconden gaat de fontein aan.” “Alsof het wat zou uitmaken.”antwoordde James schouderophalend. Zijn stem klonk schor en hij herkende hem haast niet. Het meisje probeerde hem weg te trekken. “Kom op, als je zo nat wordt vat je nog kou!” “Wat maakt jou dat uit?” Nog voor James was uitgesproken spoot er een waterstraal uit de mond van de Kingdra en was hij helemaal nat. Een waterval stortte op zijn hoofd. Het meisje kreeg spontaan de slappe lach. “Dat is níet grappig.”zei James chagrijnig voor hij opstond. “Ik ben doorweekt!” Het meisje haalde haar schouders op. “Ik had je nog zo gewaarschuwd. Als je even meekomt kan je bij mij wel even een warm bad nemen en droge kleren aantrekken.” Ze liep al weg. James bleef stomverbaasd staan. Het meisje draaide zich om. “Kom je nog, of blijf je daar de rest van de dag staan?” James schudde snel zijn hoofd, pakte zijn zak op en liep naar haar toe. “Waarom help je een wildvreemde?”vroeg hij. “Als je me je naam verteld ben je geen wildvreemde meer.” “Ik heet James.” Het meisje, dat de trappen die de straten onderling verbonden snel opliep, lachte vriendelijk. “Dat is een mooie naam, James. Ik ben Rozenrood.” “Rozenrood?” Onwillekeurig barstte James in lachen uit. “Wat een rare naam!” Maar Rozenrood scheen helemaal niet beledigd te zijn. Ze bracht James helemaal naar de bovenste wijk van het dorp. Bij elke traptrede tilde ze de rok van haar lange dieprode jurk zorgvuldig op om niet op de zoom te trappen. James hield haar maar met moeite bij. Toen ze bij het huis aankwamen dat het allerhoogst op de heuvel lag stopte Rozenrood. “Hier woon ik.” Het was een klein wit huisje, als alle anderen, en er groeiden prachtige rozenstruiken. Honderden rode rozen sierden de tuin, de muren en de dakgoot. “Ik ben onder de indruk.”zei James. Rozenrood deed de voordeur open. “Mr. Mime! Devil! Ik ben thuis!”riep ze zodra ze in de hal stond. Uit de huiskamer kwam een Mr. Mime met een bezem in zijn hand de gang in rennen en een grote Houndoom denderde de trap af. Rozenrood begroette de pokémon vriendelijk. “Mr. Mime, dit is James. Maak een warm bad klaar en geef hem droge kleren. Ik zet ondertussen thee. Of heb je liever koffie?” James, om de een of andere reden in verlegenheid gebracht door zoveel gastvrijheid, schudde snel zijn hoofd en volgde Mr. Mime naar de badkamer.

Hij kreeg een grondige wasbeurt. De Mr. Mime was vastbesloten om elk stukje vuil te verwijderen. Hij kamde, waste en knipte James’ haar, waste al zijn kleren en controleerde of hij zich overal goed gewassen had. Daarna bracht hij James een schone zwarte broek, een wit overhemd en chique pantoffels. Het was lang geleden dat James zich zo fris en uitgerust had gevoeld. Toen hij nog met Jesse en Meowth samen was lag hij nachten lang in de modder en moest hij dagenlang zonder behoorlijk eten en drinken lopen. Mr. Mime ging James voor naar de huiskamer. Het was een gezellig kamertje, met witte muren en donkerrode meubels. Ze doet haar naam eer aan, dacht James toen hij het schilderij van een jonge vrouw met een rode roos in haar hand dat boven de openhaard hing bewonderde. “Vind je het mooi? Het is mijn moeder.”zei Rozenrood die net met een dienblad vol thee en koekjes binnen was gekomen. “Het is het enige dat ik nog van haar heb. Ik vind vooral haar ogen mooi. Koekje?” James ging zitten en at gretig het koekje dat Rozenrood hem aanbood op. “Je mag er nog wel een.”zei Rozenrood lachend. Ze zat met opgetrokken benen op de bank met haar kop thee en keek toe hoe James het ene koekje na het andere naar binnen werkte. “Jij hebt honger zeg.” James knikte. “Zal ik wat voor je koken?” “Nee, nee joh, je hebt al zoveel gedaan…”begon hij, maar Rozenrood sprong op. “Houd je van zalm?” Binnen de kortste keren zat James aan tafel met de heerlijkste gerechten voor zich. “Verse zalm, aardappels uit eigen tuin, gestoofde groentemix en nasi.”vertelde Rozenrood, maar voor James maakte het niks uit. Hij kon eindelijk zoveel eten als hij wilde! Rozenrood keek lachend toe terwijl Mr. Mime de keuken schoonmaakte. James verslikte zich bijna in een aardappel toen Houndoom plotseling hard begon te blaffen. Hij dacht dat agent Jenny en haar Growlithe hem kwamen arresteren. “Rustig maar, het is alleen Devil. Devil! Hier!”riep ze en de Houndoom stormde bijna meteen de keuken in. “Brave Devil. Af en blijf.” Devil gehoorzaamde onmiddellijk. James voelde zich opeens schuldig. Hij zat hier het eten van een meisje op te eten zonder dat hij ook maar van plan was iets terug te doen of zich behoorlijk voor te stellen. Hij had zelfs niet verteld dat hij eigenlijk een crimineel was, een dief! “Heb je genoeg gehad?” vroeg Rozenrood toen James zijn bestek neerlegde. Hij knikte. Mr. Mime begon af te ruimen. James stond op. “Luister, meissie…” “Noem me alsjeblieft geen meissie.” “Rozenrood dan. Je zou dit eigenlijk niet mogen doen.” “Wat? Vreemden in huis nemen?” Ze lachte. “Kom nou, ik kan best op mezelf passen. En anders heb ik altijd Mr. Mime en Devil nog.” Devil ontblootte onmiddellijk zijn grote tanden. James schudde zijn hoofd. “Nee dat bedoel ik niet. Ik bedoel, dat ik…dat ik een lid van Team Rocket ben en dat je me niet zou moeten helpen.” Rozenrood scheen alles behalve onder de indruk. “In dit huis is er geen onderscheidt tussen bedelaars en koningen, noch tussen heiligen en moordenaars.” “Ik ben geen moordenaar!”riep James verontwaardigd. Moordenaar, hij?! “Dat is mooi. Als je wilt kan je nu gaan, of anders blijf je nog even om uit te rusten. Het bed op de logeerkamer is al voor je opgemaakt.” James begreep het niet. Hij kon er gewoon met zijn verstand niet bij. Misschien was hij te lang niet onder de normale mensen geweest of misschien was het eerste normale mens dat hij tegenkwam niet zo normaal. Of misschien allebei. Maar toch snapte hij het niet. “Waarom doe je dit allemaal? Waarom pik je me zomaar van straat, geeft me een bad, voedsel en onderdak? Je kent me niet eens!” Rozenrood haalde haar schouders op. “Mijn moeder deed het ook. En mijn oma ook. Ik weet niet waarom. Misschien gewoon om alle mensen van de zonsopgang te kunnen laten genieten.” “Zonsopgang?”vroeg James verbaasd. Wat had dat er nou weer mee te maken? “Ja, zonsopgang. Toen jij daar op de rand van die fontein zat was je zo ongelukkig dat het niet bij je zou op zijn gekomen om ’s ochtends vroeg op te staan, alleen maar zodat je de zonsopgang kunt zien. Als alle mensen gelukkig zijn, willen ze allemaal wel vroeg opstaan om de zonsopgang te zien.”

“Meowth, waarom ben je met mij meegegaan en niet met James?” Jesse trok een doorn uit Meowths poot en ging op de grond zitten. “Dat zijn persoonlijke redenen waar jij niks mee te maken hebt.”was Meowths vinnige antwoord. Jesse keek naar Tohma Town. Ze zaten op de top van de heuvel bij een groepje bomen. Vanaf eergisteravond had Jesse hier gebivakkeerd, precies zevenendertig uur nu. Gelukkig was er een appelboom met grote, rijpe appels een paar meter verderop. Waar zou James nu zijn? Nee, niet aan denken. Ze mocht blij zijn dat ze van hem af was. Het was een zeur, een mislukkeling…en een vriend. En eigenlijk had hij gelijk gehad. Ze was af en toe een echte feeks. “Wat gaan we nu doen?”vroeg ze. “Pokémon stelen voor de baas natuurlijk!” Meowth pakte een verrekijker en bekeek Tohma Town. “Nou, de mensen hier hebben ook niet veel pokémon. Een Caterpie, drie Pidgey, wat Rattata…” “Daar hebben we niks aan! Dat zijn allemaal doodnormale pokémon!”snauwde Jesse. Ze was danig uit haar humeur omdat ze al haar persoonlijke spullen bij James had achtergelaten en er nu dus uitzag als een spook. Geen make-up, geen borstel, geen water en zeep. Niks! “Wacht eens even!”riep Meowth plotseling. “Daar!” Hij had zijn verrekijker op een meisje ingesteld. Ze had kort rood haar en droeg een kort, lichtblauw jurkje. Naast haar liepen een Ninetales en een Machoke met een boodschappenmandje. “Een meisje met een Ninetales en een Machoke!” Jesse juichte. “Die Machoke geven we aan de baas en die Ninetales houden we zelf. Ninetales is zooo schattig en zo chique!” Meowth gniffelde. “Oké, dit is het plan. Zodra die griet alleen is vangen we die Ninetales en Machoke met een sterk hittebestendig net. Als ze moeilijk doen hebben we Arbok achter de hand en met Weezings rookgordijn…oh nee, we hebben geen Weezing meer.” Mokkend veegde Jesse haar kleren schoon. “Nou ja, dan maar zonder Weezing. Kom op Meowth!” Meowth liep zuchtend achter Jesse aan. Hij had het idee dat hij toch bij James had moeten blijven.

“Goedemorgen, lekker geslapen? Ik ben boodschappen doen. Het ontbijt staat klaar. Eet smakelijk.”las James van het kleine kaartje dat op zijn bord lag voor. De tafel was afgeladen met brood, beleg, fruit en vers geperst sinaasappelsap. James ging zitten en begon te eten. Na het ontbijt zou hij weggaan. Misschien zou hij Jesse en Meowth gaan zoeken. Hij miste ze. Hij keek naar het schilderij van Petronella Janszoon. Haar ogen waren exact hetzelfde als die van Rozenrood. De schilder had bijna de kleurverandering van de iris op het doek kunnen vangen. Bijna, niet helemaal natuurlijk. Na een paar broodjes en een heleboel glazen sinaasappelsap stond hij op. Om de een of ander reden begon hij de tafel af te ruimen en af te wassen. Wat raar, dacht hij, ik begin zomaar uit mezelf te werken! Na de afwas zocht hij een pen en schreef op de achterkant van Rozenroods briefje: Bedankt voor je gastvrijheid. Ik ben weer weg, op zoek naar mijn teamgenoten. Hopelijk tot ziens, James. Hij duwde het briefje tussen de lijst van het schilderij, pakte zijn zak met spulletjes en trok de voordeur achter zich dicht.

Een half uurtje later zwierf James door de straten. Hij wist niet waar hij Jesse en Meowth moest zoeken. Hij wist niet eens of Meowth wel bij Jesse was! Juist op dat moment zag hij iemand die hij kende. Een vrouw in de kleren van een politieagente. Ze had rood haar dat ze in een knot droeg en naast haar liep een Meowth…dat moesten ze zijn, het kon niet anders. Wat een geluk! “Jesse! Meowth!”riep hij en rende naar hen toe. De politieagente draaide zich om. Vanachter haar bril keek ze hem verbaasd aan. Ook de Meowth was verbaasd hem te zien. “James! Wat doe jij hier nou!”riep Jesse blij uit, maar even later herinnerde ze zich de woorden die hij haar twee dagen geleden toegeschreeuwd had en ze liep door. James kwam naast haar lopen. “Het spijt me Jesse, echt. Ik had het niet zo bedoeld! Laat me alsjeblieft weer bij het team!” “Je ziet er anders niet uit alsof je het de laatste dagen slecht hebt gehad.” James zag er inderdaad erg goed uit. “Ik heb gewoon het geluk gehad om tegen iemand aan te lopen die me wat eten en schone kleren heeft gegeven. Toe nou Jesse, alsjeblieft?” Jesse wende haar hoofd af. “Jij vond ons niet goed genoeg, en nu kom je met hangende pootjes terug. Ga maar naar die iemand waar je tegenaan bent gelopen.” James ging voor haar staan. “Alsjeblieft Jesse? Alsjeblieft? Ik zal dan niet meer klagen dat je een feeks of draak bent. Maar laat me alsjeblieft weer bij het team!”smeekte hij. “En je mag mijn eten opeten en ik zal zonder zeuren de bagage dragen.” Jesse zuchtte. “Vooruit dan maar. We zijn net bezig met een plan. We gaan de pokémon van een inwoner van deze stad stelen.” “Jesse! Ze is daar de hoek om gegaan.” Meowth wees naar een klein zijstraatje. “Dit is onze kans. Kom op!” Ze renden met zijn drieën de hoek om. Er was niemand, behalve het meisje en haar pokémon. Bijna onmiddellijk begon Jesse met de strijdkreet. “Bereid je maar voor.” “Want hier zijn we weer hoor!”vulde James strijdlustig aan. “Om de wereld voor verder verval te behoeden.” “Om de mensen van ons volk te kunnen beďnvloeden.” “Om de kwaadaardigheid van liefde…” “Genoeg geklets!”kwam Meowth ertussendoor en wierp een net over de Machoke en Ninetales. “Nee, niet mijn pokémon!”riep het meisje uit. Team Rocket barstte in lachen uit. “Weezing, rookgordijn!”riep James en Weezing vulde zodra hij uit zijn pokéball was de lucht met een dikke zwarte rook. Ongehinderd rende Team Rocket met het net vol pokémon weg.

“Rustig nou Maria, rustig. Vertel nog eens wat er gebeurd is?” Een menigte vormde zich om het roodharig meisje. “Ik was boodschappen aan het doen met Ninetales en Machoke en sloeg net daar de hoek om toen een jongen en een meisje mijn pokémon stal.” “Hoe zagen ze eruit?”vroeg Rozenrood, die ook in de menigte stond. Maria schudde langzaam haar hoofd. “Ik weet het niet meer zo goed. Een meisje met lang rood haar en een jongen met blauw haar.” Ze gebaarde met haar armen om de kapsels duidelijk te maken. “En een Meowth.” “Wat hadden ze aan?” “Het meisje zwarte laarzen en een politie-uniform. De jongen een zwarte broek en een wit overhemd.” Rozenrood keek naar Devil die naast haar stond. “Zoek James.”zei ze en richtte zich daarna tot de man die naast haar stond. “Johan, jij hebt toch een Rapidash?”

“Ik kan het haast niet geloven, het heeft gewerkt! Het is gelukt!” Jesse keek vol triomf naar de Machoke en Ninetales die James voortsleepte. “Jesse, help nou toch eens. Dit is ondoenlijk.” Jesse wou tegen hem gaan schreeuwen, maar ze bedacht dat hij dan misschien weer weg zou gaan en dan zou ze die pokémon alleen moeten trekken. Dus pakte ze ook een stuk van het net en samen sleepten ze het in de richting van de ballon. Meowth was een gesprek met Machoke begonnen. “Wat zegt hij Meowth?” “Dat zijn trainer het er niet bij zal laten zitten. Er zal iemand uit het dorp hen komen redden.” Jesse lachte. “Wat een goedgelovige pokémon zeg!” Ninetales zei wat. Meowth trok wat bleek weg. “Die Ninetales zegt dat ze een Rapidash en een Houndoom aan hoort komen.” “Dat zal wel. Ze liegt natuurlijk om ons bang te maken.”snauwde Jesse niet echt op haar gemak. Meowth schudde zijn hoofd. “Pokémon liegen niet.” En inderdaad, Ninetales loog niet. Een minuutje later kon ook Jesse horen dat er iemand aankwam. “Snel, verstop die pokémon!” Ze gooiden de pokémon aan de kant van de weg in de struiken, maar waren te laat om zichzelf ook nog te verstoppen. Er kwam een Rapidash aanstormen. Niet op volle snelheid natuurlijk, want anders zou de Houndoom die naast hem liep hem niet bij kunnen houden. Op de rug van de Rapidash zat Rozenrood. Ze stopte vlak voor James, die de hete adem van het vuurpaard op zijn huid voelde. “Ik had iets meer niveau van jou verwacht James.”zei ze hoofdschuddend. “Devil, de pokémon.” Met één klap van zijn sterke kaken beet Devil het slecht verstopte net kapot. “Nee!”riep Jesse uit. “Dat gaat je duur komen te staan. Arbok!” Arbok kwam uit zijn pokéball, maar zodra hij Houndoom zag kromp hij ineen van angst. “Stel je niet aan Arbok! Gifangel aanval!” “Vlammenwerper Devil!” Devils vlammenwerper verbrande Arboks gifangels nog voor ze goed en wel waren afgevuurd. “Lonk aanval Devil!”beval Rozenrood. “Doe een lonkaanval terug Arbok!” Maar Arbok deinsde achteruit bij het zien van de duivelse blik van Devil. Jesse werd woedend. “James, doe ook eens wat!” “Oké.”zei James ongelukkig en liet Weezing uit zijn pokéball. “Weezing, smog aanval.” De wolken smog golfden uit Weeszings mond en omhulden Devil. “Wat je ook doet, geen vuur aanval!”riep Rozenrood, die wist dat de gassen in de smog dan zouden ontploffen. Jesse lachte duivels. “Zo meissie, nu piep je wel anders.” Maar op dat moment sprong Devil uit de wolk smog en kwam naast haar staan. “Noem me geen meissie.”zei Rozenrood en Devil stak de smog aan. Weezing explodeerde zowat en door de klap werd Team Rocket in de mand van hun ballon, die iets verderop stond, geslingerd. Rozenrood en Devil liepen langzaam naar hun toe. “Zo James, heb je spijt van je diefstal?” James keek van Rozenrood naar Jesse en bedacht snel wie het gevaarlijkst was als hij het verkeerde antwoord gaf. Rozenrood zou de ballon laten opblazen, Jesse zou hem nog weken, maanden, in het ergste geval jaren op zijn kop zitten. “Ik ben een lid van Team Rocket. Ik ben geboren om slecht te zijn.”zei hij hard. Rozenrood haalde haar schouders op. “Jammer. Ik vond je wel aardig. Oké Devil, maak het maar af.” Devil gromde en schoot een vlammenwerper af op de gastank. Slechts drie seconden hoefde Team Rocket aan te zien hoe de vlammen zich een weg naar het gas zochten. Toen ontplofte de tank en werden ze weggeslingerd.

“En wat doen we nu?” Team Rocket zat bij een beekje en dronk van het heldere water. De ballon lag in flarden naast hen. Jesse waste het laatste beetje roet van haar gezicht. James had zijn schone uniform weer aan. “Ik weet het niet.” Hij probeerde niet meer aan Rozenrood te denken, hoewel hij zich toch nog een beetje schuldig voelde. “We blijven in ieder geval bij elkaar.” “Ja.” Meowth poetste zijn amulet. “Als we nou eens gaan uitzoeken waar die ettertjes zijn en Pikachu gaan stelen.” “Goed idee Meowth!”riep Jesse uit. “Al plannen hoe we dat gaan doen?” “We kunnen een valkuil maken…” “Nee, dat werkt nooit.” “Reuzenrobot?” “Dat heeft ook nog nooit gewerkt.” “Vermommen als onderzoekers?” “Kan je niet met iets nieuws komen?!”riep Jessie uit op een toon van ‘ik ben hier de enige die ooit goed ideeën krijgt’. James lachte. Hij was weer terug bij Team Rocket hoor. En van hem mocht Jessie zoveel eten als ze wilde en een draak zijn wanneer ze dat wilde.

Geschreven door Yolanda.






 

 Affiliates
 » PikaShop.nl
 » Team Rocketsite
 » Sakura Magic

 Affiliates
 » Rocket Fics
 » Pokémon Paradijs
 » The Arowana
 » Pokemon.startpagina.nl
 » Poké Sea
 » Ballie's Gamesite

© 2002-2007 Wanted! Team Rocket!