Team Rocket | Pokemon | E-Mail | Contact

 Index
 » Beginpagina
 » Blauwe Versie
 » Gastenboek
 » Over Mijzelf
 » Awards
 » Leden TR
 » Contact

 Diversen
 » Diverse Info
 » Motto
 » Plaatjes
 » Banned Episodes
 » Leukste Uitspraken
 » Songs

 Overige
 » Wallpapers
 » Stemmen TR
 » Rants
 » TR Merchandise
 » Fan-Art
 » Fan-Fics
 » Downloads
Team Rocket: Kwaad
Kwaad. Puur kwaad is niet gevaarlijk. Puur kwaad kan je met het blote oog zien. Puur kwaad is makkelijk te verslaan. Gevaarlijk kwaad zit in jou en mij. Gevaarlijk kwaad zit diep van binnen. Diep in degene van wie je het het minst verwacht.

“James! James luilak, wakker worden kom op!” James opende zijn ogen. Jesse? Hij gaapte en rekte zich uit. Weer een nieuwe dag. Een nieuwe kans om Pikachu te stelen.
“Kom op James, opstaan! Als we ons nieuwe plan willen uitvoeren moeten we nú beginnen!” James knikte en stond op. Ze hadden twee dagen over het plan nagedacht. Zou het wel lukken? Wat als het weer mislukte?
Jesse en James verkleden zich en Meowth haalde het grote pak tevoorschijn. Niet veel later stonden ze voor de deur van het Pokémoncenter. Zuster Joy deed de deur open. “Uhhh… hallo,” zei ze verbaasd toen ze Jesse en James zag, verkleed als koeriers. “Hallo mevrouw! Hier is het nieuwe ziekenhuis bed dat elk Pokémoncenter krijgt! Het is speciaal voor elektrische Pokémon! Het laadt ze binnen no time weer op! Wij zullen het voor u installeren!” Voor Joy iets kon zeggen renden Jesse en James het Pokémoncenter in en installeerden het bed. Het zag er een beetje raar uit, een bed met een kap eroverheen.
“Zo mevrouw, dat staat, tot ziens maar weer!” Jesse en James renden gauw weg. Niet veel later zagen ze de ettertjes het Pokémoncenter binnen gaan. “Het werkt, het werkt!” riep Jesse. Ze keken door het raam naar binnen en zagen dat zuster Joy Pikachu inderdaad op het bed legde. “Druk op de knop Meowth!” riep James. Direct daarna sloeg de kap op het bed dicht en met een zachte klik op slot. Jesse en James sprongen door het raam naar binnen. “Bereid je maar….” “Ophouden Jesse! Wat hadden we nou afgesproken?” riep Meowth. “Oh ja… Sorry Meowth, ik ben er zo aan gewend!” James rende ondertussen naar het bed en nam het mee. “Bayleef, ik kies jou!” hoorde hij Ash roepen. “BayBay!” James pakte het bed en rende ermee naar de deur, maar Bayleefs roede liet hem struikelen. “James!” riep Jesse, maar Ash was haar te snel af. Hij pakte het bed en bevrijdde zijn Pikachu. “Oh nee…,” begon James. “Pikachu, donderschok, nu!” Wederom voelde James de elektriciteit door zijn lichaam. Pijn, pijn… Toen Pikachu opgehouden was stond hij op en strompelde het Pokémoncenter uit. “Ik krijg je nog wel een keer, Pikachu…” zei hij en hij liep weg. “James wacht! Wacht op ons!” Hij hoorde Jesse en Meowth achter hem aan rennen. “Pikachu, donderaanval, nu!” hoorde hij achter zich. Weer die elektriciteit. Niet veel later een ontploffing en hij vloog weer door de lucht.
Langzaam werd James wakker. Die rot Pikachu ook… elke keer hetzelfde. Wat deden ze toch verkeerd, waarom konden zij nooit een Pokémon vangen? “Jesse?” riep James en hij probeerde op te staan. Toen hij op zijn arm leunde, ging er een schok van pijn door hem heen. Hij viel weer op de grond. “Auw..,” kreunde hij. Hij probeerde weer op te staan, deze keer met meer succes. Zijn arm deed nog steeds pijn. “Jesse!” riep hij weer. “Hierboven James…”, hoorde hij en hij keek boven zich. Jesse en Meowth hingen hoog in een boom. James lachte. “Hoe krijgen jullie dat nou weer voor elkaar?” “Heel grappig James,” antwoordde Jesse, “maar zoek liever iets waarmee je ons hieruit kan halen! Een touw of touwladder ofzo!” “Okay, blijf waar je bent!” riep James en hij ging op zoek. Al gauw was hij uit het stukje bos waar ze waren geland en stond hij midden in een groot weiland. Alleen nog maar gras om hem heen. Verder zag hij niks… of wacht. Wat was dat daar? Een huisje! Daar konden ze hem vast helpen! James begon naar het huisje toe te lopen. Zijn arm deed nog steeds erg veel pijn. Toen hij dichter bij het huisje kwam, zag hij dat het een heel oud, verwaarloosd huisje was. James keek teleurgesteld. Hier woonde vast niemand… Hij besloot om toch maar even te gaan kijken, je weet nooit wat voor troep mensen achterlaten. James liep naar het kleine schuurtje wat achter het huis stond. Hij opende de deur voorzichtig met zijn goede arm en zag dat er allemaal oude rotzooi in het schuurtje lag. Een oude kleine tractor, een kapotte kruiwagen, wat tuingereedschap… Maar niks waar hij Jesse en Meowth mee kon helpen. Hij liep het schuurtje in en keek rond. Ha, daar stond een kast. James liep naar de kast en pakte de knop vast om hem open te doen. “HÉ! Wat moet dat daar!” James viel van schrik om en kwam met zijn pijnlijke arm tegen de kast aan. “Auw! Ik, het spijt me, ik…” “Heb je pijn? Kom eens hier,” zei de stem koel. James liep het schuurtje uit. Buiten stond een meisje. Lang zwart haar, donkere ogen. En ze droeg zwarte kleren. “Ik… ik zocht iets om mijn vrienden te helpen.” “Hoezo?” vroeg het meisje. “Ze zitten vast in een hoge boom en kunnen er niet uit.” Het meisje glimlachte. “Dus je hebt een touw ofzo nodig. Wacht.” Het meisje liep de schuur in en kwam terug met een lang touw. “Hier, dit kan je wel helpen.” “Dank je,” zei James. Het meisje draaide zich om en liep weer weg van het schuurtje. “Hé wacht! Hoe heet je?” “Nanashi,” antwoordde het meisje terwijl ze ongestoord doorliep. James staarde het meisje na die het huisje in ging. Na een tijdje draaide hij zich om en liep terug naar het bos waar Meowth en Jesse zaten.

Puur kwaad kent geen woede. Puur kwaad heeft alleen haat nodig om slecht te zijn. Woede is overbodig. Maar zij die woedend zijn zijn vaak gevaarlijker dan het pure kwaad.

“Hé James! Waar bleef je zo lang! Jesse is woedend!” riep een stem. “Meowth! Je bent al uit de boom!” riep James verbaasd. “Ja, ik wel ja. Maar Jesse niet. Heb je een touw? Of zoiets?” “Ja,” antwoordde James kortaf. Meowth stond op hem te wachten aan de rand van het bos. James liep achter Meowth aan naar de boom waar Jesse in zat. “James verdomme! Kon het niet wat sneller?” riep ze, toen ze James in de gaten had. James gaf het touw aan Meowth die het naar boven bracht en niet veel later stond Jesse ook weer op de grond. “Nou vertel op, waarom duurde het zo lang?” vroeg Jesse nogmaals. “Ja hoor eens! Het enige huisje dat ik zag was ontzettend ver lopen, en mijn arm…” “Huisje? Woonde er iemand?” onderbrak Jesse hem. “Ja… ja. Een meisje heeft me geholpen, ze heeft me dit touw gegeven.” “Mooi! Als er iemand woont, zal er vast ook wel geld of iets waardevols zijn! En dat is precies wat we nodig hebben want we zijn hartstikke blut!” zei Meowth. “Precies Meowth! Wijs ons de weg James!” zei Jesse enthousiast en ze duwde James voort.
Hoelanger hij erover nadacht, hoe beter het plan hem leek. Het was dan wel een oud huisje, maar in oude huisjes staan ook vaak waardevolle spullen. En dat meisje was zeker niet arm. Met Jesse en Meowth sloop hij in de richting van het huisje. “Kijk, daar is een raampje dat openstaat. Laten we daardoor naar binnen sluipen!” fluisterde Meowth. Jesse en James knikte en volgde hem. Ze slopen naar het kleine raampje aan de achterkant van het huis en een voor een slopen ze naar binnen. “En, zie je iets?” vroeg Jesse. “Niets! Hier is alleen maar stof! Hier woont al jaren niemand meer Jamesie! Weet je wel zeker dat het hier was?” “Ja, heel erg zeker. Ik begrijp het niet, dat meisje kende hier precies de weg en ze ging ook het huis in…” “Nou ja, wat maakt het uit! Laten we gaan zoeken naar iets kostbaars en er weer snel vandoor gaan!”
Ze doorzochten het hele huis, maar het enige wat ze vonden was oude troep, stof en rommel. Na een tijdje gaven ze het op. “Jesse, Meowth, ik denk echt dat hier niks is. Laten we maar gaan. Volgens mij is er iets verderop een dorpje, laten we daar maar wat stelen.” Samen liepen ze het huis uit. James keek nog een keer achterom. Wie was dat meisje geweest? Wat deed ze daar? En hoe komt het dat ze daar zo goed de weg wist, terwijl het leek alsof er al jaren niemand was geweest. Nanashi… “Hé James, kom op nou!” James draaide zich om. Hij zou zich wel vergist hebben. Het meisje was helemaal het huis niet in gegaan. En ze wist ook niet waar een touw lag, dat was alleen maar toeval.
Wat James niet zag, was dat er achter het raam naar hem werd gekeken. Twee ogen, donker als de nacht, staarden hem aan. Maar James keek niet terug, want voor hem was er niemand.

Als kwaad zichtbaar wordt is het te laat. Dan is er niks meer aan te doen. Probeer te ontdekken waar het zit voor iemand anders het ziet.

“Jesse.. hoe willen we hier nou ooit wat stelen? Het is veel te druk!” zei James. Ze waren inmiddels in het dorpje aangekomen, maar het was een erg druk dorp, vooral omdat dit het enige dorp in deze regio was. “Ja, dat is een probleem. Meowth, heb jij een idee?” “Ja! We wachten gewoon tot de winkels dicht zijn en dan breken we in!” “Meowth, briljant plan! Dat ik daar nog niet zelf op ben gekomen!” riep Jesse. Ze liepen het dorpje uit, om erbuiten te wachten op de avond.
“Ssssttt, voorzichtig! We willen niet iemand wakker maken of wel?” fluisterde Meowth. Het was inmiddels midden in de nacht en het stadje was verlaten. “Daar! Daar is een winkel! Laten we daar gaan jatten!” zei Jesse. “Goed idee!” riepen Meowth en James in koor. Ze slopen naar de winkel. Er zat een elektrisch slot op het gebouw, maar Meowth had hem al snel open met zijn nagel. Na elkaar slopen ze naar binnen. Het duurde niet lang voor ze alledrie tassen vol met eten hadden. “Heerlijk vind je niet Jes, al dit eten, voor niets! Hahaha! Helemaal van ons alleen!” “Inderdaad James! Meowth, hebben we genoeg? Dan gaan we weer! We willen toch zeker niet wéér betrapt worden?” Meowth knikte en met z’n drieën verlieten ze de winkel weer. Ze waren de straat nog niet uit, of James riep: “Oh nee! Wacht! Ik ben een tas vergeten!” “Vergeet het James, we hebben genoeg!” “Nee Jesse, je begrijpt het niet! In die tas zaten allemaal flessen met bijzondere kroonkurken! Ik moet hem gaan halen!” Nog voor Jesse iets kon zeggen was James alweer op weg naar de winkel. “Goed, maar wij wachten hier!” riep Jesse hem na. James rende naar de winkel. Het duurde niet lang voor hij de tas zag staan. “Daar is-ie,” fluisterde hij.
Net toen hij de tas vast had, hoorde hij een harde knal. Jesse! schoot door hem heen. “Jesse! Meowth!” riep hij terwijl hij naar buiten rende. Het licht buiten verblindde hem. Een ontploffing, een bom, vuur… er was een bom ontploft! “Oh nee… JESSE! MEOWTH!” riep hij. Hij rende naar het vuur toe. Hij zag Jesse en Meowth liggen, tegen een muur aan, bewusteloos, en het vuur kwam snel dichterbij. James aarzelde geen moment en rende naar Meowth en Jesse toe. Hij probeerde ze wakker te schudden, maar het lukte niet. Ze moeten hier weg! schoot door hem heen. Hij pakte Meowth op en rende met hem naar een veilig stuk. Hij zette Meowth neer en rende gauw weer terug om Jesse op te halen. Hij probeerde Jesse op te tillen, maar ze was veel zwaarder dan Meowth, dus het lukte hem niet om haar goed op te tillen. Hij sleepte haar zo snel als hij kon weg, want het vuur kwam steeds dichterbij. Net op tijd had hij haar verplaatst, want een brandend stuk hout viel op de plek waar Jesse net nog lag. Vlak daarna hoorde hij sirenes achter zich. De politie! De brandweer! Voor James door had wat er gebeurde, waren er overal mensen om hem heen. “Rol de slang uit!” “Zorg voor een ambulance!” “Hoe is dit gebeurd?” hoorde hij mensen om zich heen roepen. Hij zag een agent Jenny die op hem af liep. “Is ze gewond? Er komt zo een ambulance aan. En die Meowth? Is die ook van jou?” James knikte, trillend. “Ik zal hem direct naar een Pokémoncenter brengen.” Jenny pakte Meowth op en stapte met hem in een auto. Nog voor ze weg gereden was kwam er een ambulance aan. De verplegers namen Jesse van James over. James zag de ambulance wegrijden en was helemaal verdoofd. Ondertussen waren de brandweermannen nog steeds aan het blussen. Wat was er toch gebeurd? Waarom Jesse en Meowth? “Meneer? Was u hier tijdens de ontploffing?” vroeg een stem naast hem. James keek om. Een agent Jenny stond naast hem. “Ik… ja, ik was in de buurt…” “Wilt u meekomen naar het buro? Ik wil u wat vragen stellen.” James keek agent Jenny verdoofd aan. Zonder het te beseffen liep hij met Jenny mee en iets later zat hij op het buro.
“Waar was u, tijdens de ontploffing?” vroeg Jenny. “Ik.. ik liep door de stad…” antwoordde James. “Zo laat nog?” “Ja… ik en mijn vrienden waren aan het rondwandelen, we konden niet slapen.” “Aha…” Jenny keek hem ongeloofwaardig aan. “Waarom zijn zij dan wel gewond en u niet?” James keek haar aan. “Ik.. ik was wat kwijt…” Er viel een stilte. James wist niet wat hij moest doen. Hij kon toch niet zeggen dat hij een tas gestolen flessen was vergeten? Op dat moment voelde hij iets in zijn broekzak. Een kroonkurk… Hij haalde de kroonkurk uit zijn zak. “Deze was ik kwijt. Ik spaar kroonkurken, en ik heb deze van een speciaal iemand gekregen. Hij is heel bijzonder. Daarom ging ik terug om hem te zoeken.” Jenny glimlachte. “Oké, ik begrijp je. We zijn klaar. Je vriendin ligt in het Oostziekenhuis, je Meowth in het Pokémoncenter hier in het dorp. Wat mij betreft mag je gaan, als je geen vragen meer hebt.” Jenny stond al op, toen James vroeg: “Wacht. Die ontploffing… wat was dat? Wat was er gebeurd?” “We weten nog niks zeker, maar zeer waarschijnlijk was het een bom. En niet zo’n kleintje ook.” James knikte.
Toen James weer buiten was, bekroop een gevoel van paniek hem. Jesse, Meowth… wat was er gebeurd? Waarom een bom? Er was helemaal niemand in de buurt… het móest wel voor hun zijn. Maar waarom, waarom?

Kwaad kent vele vermommingen. Sommige zijn te herkennen, andere niet. Die kunnen je verdoven, meenemen naar een andere dimensie, en het leven langzaam uit je halen…

James liep de hele nacht door het dorp. Hij kon alleen maar nadenken, denken aan wat er was gebeurd. Waarom hij niet bij Jesse en Meowth was. Hij liep het dorp uit, en toen hij niet verder kon, viel hij op een bankje in slaap…
“… ken ik!… worden! Hé!” klonk het vanuit de verte. Wie was daar?? James opende zijn ogen. Het duurde even voor die aan het licht gewend waren, maar daarna zag hij iemand staan. Dit.. dit meisje… “Jij…” begon hij. “Ja, ik! Zie je wel, jou ken ik! Je had een touw van me geleend gisterochtend!” Gisterochtend? Was het nog maar zo kort geleden? “He, is er wat? En waarom slaap je hier op een bank?”
“Ik… er was een ongeluk vannacht, mijn vrienden… liggen in het ziekenhuis,” begon James. “Wat? Leven ze nog?” zei het meisje geschrokken. “Ja, ik geloof het wel…” “Weet je wat, zullen we samen wat gaan eten? Ik betaal. Dan kan je daarna naar je vrienden toe.” “Oké…” zei James en hij stond op. Hij vroeg zich af hoe het meisje heette, maar hij kon het zich niet herinneren. “Hoe heet je ook alweer?” en het meisje draaide zich om. Met een koele, bijna boze blik zei ze: “Nanashi.” Ze draaide zich om en zonder iets te zeggen liep ze in de richting van het dorp. De hele weg zeiden ze niks, en James liep een stukje achter Nanashi. Toen ze bijna in het centrum waren, zei ze plotseling, zonder zich om te draaien: “Hoe heet jij?” “James.” “Aha,” antwoordde ze koel. Toen ze bij een terrasje kwamen ging Nanashi zitten en James besloot maar bij haar te zitten. Ze bestelden allebei wat te eten en te drinken. “Waar zijn je vrienden nu?” vroeg Nanashi. “Hu?” James keek haar vragend aan. “Nou, je zei dat ze in het ziekenhuis lagen. Welk ziekenhuis dan?” “Ehh… In het Oostziekenhuis. En Meowth in het Pokémoncenter.” “Ah…” Nanashi keek naar de tafel. “Ik vindt het heel erg voor je…,” zei ze zacht. “Zal ik je zometeen naar het ziekenhuis brengen?” “Graag,” zei James met een glimlach.
Nadat ze hun eten en drinken op hadden liepen ze samen naar het Oostziekenhuis. “Ik wacht hier wel, tot je binnen bent,” zei Nanashi. “Oké. Hé, dank je wel,” antwoordde James haar, terwijl hij naar binnen liep. Hij liep naar de balie en hij vroeg naar Jesse. De vrouw achter de balie zocht in haar computer. James keek naar buiten. Hij zag Nanashi nergens meer. “Het spijt me. Uw vriendin ligt nu nog te slapen, ik vrees dat u moet wachten tot het spreekuur. Dat begint over 45 minuten,” zei de vrouw tegen hem. “Dat… dat is in orde. Ik wacht hier wel.” “Goed. Als het spreekuur begint wordt het omgeroepen door de intercom. Uw vriendin ligt op kamer nummer 325.”
James liep naar de banken in de hal. Er lagen een aantal kranten, en James besloot om maar wat te lezen. “Zesde mysterieuze moord in een maand,” riep de kop van het grootste artikel. James keek naar de datum, en hij kwam erachter dat de krant van twee weken terug was. James besloot verder te lezen. “Vannacht is wederom iemand vermoord. Wederom is het slachtoffer door vergiftiging met sterk Arbok-gif om het leven gekomen. De politie staat nog steeds voor een raadsel. Dit is al de zesde vergiftiging deze maand en nog steeds ontbreekt elk spoor van de dader.” Zes moorden in een maand? dacht James, dat is niet mis. Wie zou zoiets doen? En waarom??? Waarom zou iemand? Zelfs Team Rocket deed zoiets niet. Niet zoveel nadenken James! zei hij tegen zichzelf. James keek door de kranten van de weken erna, maar er waren geen berichten van latere moorden. James zuchtte. De tijd tikte langzaam vooruit, en James kon niet wachten tot hij weer naar Jesse toe kon. Na precies 45 minuten begon de intercom: “Het spreekuur is begonnen. Houdt er rekening mee dat het spreekuur een uur duurt en u over een uur de kamer dus moet hebben verlaten.” James sprong op, en ging op zoek naar kamer 325…

Kwaad heeft geen naam. Het is onherkenbaar voor degenen die hun ogen er niet voor durven te openen. Voor hen die het niet willen zien.

Het duurde niet lang voor hij kamer 235 had gevonden. Langzaam deed hij de deur open. Jesse lag op een bed, helemaal alleen in de kamer. Ze draaide haar hoofd om en glimlachte toen ze James zag. “James… Ik wist wel dat je zou komen.” “Jesse ik, het spijt me! Wat is er toch gebeurd??” “Ik weet het niet, ik en Meowth stonden op jou te wachten toen we opeens iemand hoorde lachen. We keken op en zagen een zwarte gedaante staan, maar voor we ook maar iets herkenbaars zagen gooide die wat naar ons en… toen was er die ontploffing… Meowth, hoe is het met hem?” “Hij is in het Pokémoncenter. Ik ga naar hem toe als jouw spreekuur is afgelopen,” antwoordde James. “Oh… Doe hem de groeten van me.” James glimlachte.
Jesse en James praatten nog een uur, over de aanslag, over Meowth, over Team Rocket… Voor James ging de tijd veel te snel en moest hij veel te snel het ziekenhuis weer verlaten. Nadat hij afscheid van Jesse had genomen, en had beloofd haar de volgende ochtend weer op te zoeken, liep hij naar de uitgang van het ziekenhuis. Wat moest hij nu doen? Hij kon nergens heen, geen plek, geen slaapzak, geen Meowthballon, geen huis… Hij had net besloten om maar direct door te gaan naar Meowth, toen hij iemand hoorde roepen. “James, hé James!” James draaide zich om. Nanashi? “James! Hoe was het met je vriendin?” “Ehh… goed, voor de situatie. Niks gebroken, alleen wat dingen gekneusd. Ze mag waarschijnlijk over een paar dagen al het ziekenhuis uit.” “Ah, goed nieuws! Geweldig! En wat ga jij nu doen?” “Ik wou naar mijn Meowth gaan, in het Pokémoncenter…” “Ah goed!”, onderbrak Nanashi hem, “Ik weet waar dat is! Zal ik je brengen, ik ben nu met de auto!” ratelde ze door. Waarom was ze zo vrolijk? dacht James. Maar hij besloot op Nanashi’s voorstel in te gaan. “Oké, ik hoop dat jij weet waar het is!” “Ja, natuurlijk, kom maar mee!” James liep achter Nanashi aan, naar haar auto. Ze had een oude auto, een kleine rode. Nanashi ging achter het stuur zitten en gebaarde James dat hij naast haar moest komen zitten. James ging zitten en deed zijn veiligheidsriem om. “Zo, zullen we dan maar?” Vroeg Nanashi en Ze startte de auto. Ze reden het parkeerterrein af en gingen op weg. Nanashi reed wat door de stad en uiteindelijk zag James het Pokémoncenter voor zich liggen. “Ah, we zijn er,” zei hij maar Nanashi reageerde niet. Ze reed gewoon door, met de weg mee. “Hé, hier is een Pokémoncenter! Moeten we hier niet stoppen?” vroeg hij. “Nee, en kop houden,” zei ze kil. “Wat? Waar heb je het over? Nanashi, wat is er??” “Kop houden, zeg ik toch!” James keek haar verstard aan. Wat was er aan de hand? Waarom deed ze zo??? “Nanashi ik…,” begon hij, maar hij zag dat Nanashi iets onder haar jasje vandaan haalde. Een pistool! Ze richtte het op James en zei: “Kop houden of ik knal je kop eraf. Je gaat met mij mee!” James verstijfde van schrik en wist niet wat hij moest doen. Hij bleef stil zitten en zag hoe Nanashi het stadje uit reed. De weg kwam hem erg bekend voor en hij had al een vermoeden waar ze heen gingen; het verlaten huisje in de velden!
Zijn vermoedens bleken juist, Nanashi stopte de auto voor het verlaten huisje. “Uitstappen, en geen geintjes!” beval ze. James deed wat hem gevraagd werd, en stapte uit de auto. “Naar binnen, nu!” En James liep het huisje in. Nanashi gebaarde dat hij naar de keuken moest. In de keuken deed Nanashi het deurtje onder de gootsteen open en James zag dat ze de vloer eruit haalde! Aar beneden klimmen, schiet op!” beval ze en James kroop door het kleine gaatje naar beneden. Hij was in een soort geheim ondergronds verblijf beland. Er stond een bed en een bank en tafeltje. Ook was er een gootsteen en er hing een grote lamp aan het plafond. Geen wonder dat hij en Jesse en Meowth niks hadden kunnen vinden toen ze hier waren! Het huisje was verlaten, want de bewoonster leefde hier! Nanashi was ondertussen ook naar binnen en hij hoorde hoe zij het deurtje weer dicht deed en het luik ook. “Zo, dit is mijn woning. Mooi hč, zelf ingericht,” zei ze. “Wat, wat wil je van me! Wat heb ik je misdaan??” zei James angstig. “Wat heb je misdaan? Je hebt me ALLES misdaan! Door jouw soort woon ik nu hier! Het is jullie schuld dat ik moet doen alsof ik dood ben!” schreeuwde ze. “Waar heb je het over? Ik snap niet waar je het over hebt! Wie ben je toch?” “Je weet wie ik ben. Maar voor jouw soort besta ik niet meer, niet waar? Voor jouw soort HEB IK GEEN NAAM!”

Puur kwaad ontstaat niet zomaar. Het wordt geschapen door de wereld om je heen. Geschapen door hen die niets voelen voor anderen. Kwaad ontstaat uit woede voor het gevoel dat jou heeft onderdrukt.

“Nanashi ik… wat ik ook heb gedaan… het spijt me! Maar leg me het alsjeblieft uit! Leg me uit wat er aan de hand is! Ik begrijp het niet…,” huilde James. Hij was helemaal in paniek; Nanashi was gek geworden! Wat moest hij nou doen? Waar moest, waar kon hij heen? Hij zakte op zijn knieën op de grond. “Ah, dus je begrijpt het niet? HA! Dat laat ook wel weer iets van jullie zien. Nooit iets doorvertellen aan anderen, nooit je fouten toegeven… Maar ik zal het je vertellen. Zodat je zelf ook beseft wie je bent, wat je bent. Stel je voor, je bent nog jong. De wereld ligt voor je open. Je kan elke kant op die je wil, en succes gegarandeerd. Ik had een beroemde advocate kunnen worden weet je, of misschien wel minister! Ik was slim vroeger. Maar toen kwam ik Masuyo tegen. Gelijk verliefd natuurlijk. Hij leek een geweldige jongen, knap, aardig, rijk… En op een dag nam hij me mee. Vroeg me of ik ook bij zijn organisatie wou werken. Hij zei dat ik heel succesvol zou zijn. Verliefd als ik was, stemde ik toe. Niet veel later was ik een undercover agent voor een duistere organisatie. En jij weet wel welke, hč? JIJ WEET HET WEL HČ!” schreeuwde ze. James dook in elkaar van schrik. “Inderdaad,” ging ze rustig verder, “Team Rocket. Ik ging undercover bij een aantal bedrijven, Pokémon centers, je kent het. Masuyo had gelijk, ik was erg succesvol. Deed mijn werk goed. De baas daar was erg trots op me. Tot die ene avond. Ik moest undercover bij een groots Pokémon toernooi. Gegevens verzamelen van de beveiliging, samen met nog wat leden. De volgende dag zou de organisatie aanvallen en de Pokémon stelen. Alles ging goed tot aan de laatste ronde. Iemand herkende me. HERKENDE me van vroeger! Dus ze begon vragen te stellen. Wat ik nu deed, waarom ik van huis was weggelopen, bla bla. Ik werd kwaad, wou weglopen, maar ze liet me niet gaan. Ze bleef maar aan me trekken en zeuren. Ze scheurde toen mijn jas open, waardoor mijn Rocket pak zichtbaar werd. Zij boos natuurlijk, in paniek. Ik móest haar wel vermoorden, begrijp dat dan! Ik MOEST wel! Iedereen wist toen dat Team Rocket aanwezig was. Iedereen in paniek, mensen waren gewaarschuwd, de aanval van Team Rocket ging niet door. Die baas van je, hij was woedend! Hij heeft me direct uit Team Rocket gesmeten. Hoe ik dat had kunnen doen, dat meisje neerknallen! Ik werd gewoon op straat gegooid. Ik kon me nergens vertonen, iedereen wist dat IK die moord had gepleegd en ik moest op de vlucht. Team Rocket beschermde me niet meer.
Zo ben ik hier beland. HIER! Die oude stoffige huis, in een donkere kelder, hier woon ik dan! UITGEKOTST door de samenleving!” riep Nanashi woedend. “En dat is allemaal JULLIE schuld! EEN fout en ik kan mijn hele leven boeten! Dus heb ik besloten wraak te nemen. WRAAK op alle undercover agenten van Team Rocket. Zes achter elkaar, dat is me gelukt. Allemaal vergiftigd, met Arbokgif. De sukkels hadden het niet eens door! Maar ik wist dat ik even moest wachten. Ik werd te opvallend. Ik besloot me een half jaar gedeisd te houden. Maar toen kwam jij, JIJ! Met je sullige Team Rocketpakje. Ik had gelijk door dat jij een van hen was. Maar ik wist niet wat je gezien had, en hoeveel je wist. Zeker nadat je met dat kreng en die rotkat hier binnen was geweest! Dus moest ik jullie wel uit de weg ruimen. Maar het lukte niet, niet die eerste keer verdomme! Het was donker en ik schrok van een kat. Daardoor liet ik de bom te vroeg vallen. Dat kreng en die kat knock out, met jou niks aan de hand! HELEMAAL NIKS HAD JE VERDOMME! Dus besloot ik je achterna te gaan, en je dan maar hierheen mee te nemen. Nou kan ik je alsnog uit de weg ruimen!!! James zag tranen in haar ogen. Hij zag Nanashi niet alleen, hij voelde haar. Hij voelde haar woede, haar pijn, door haar stem. Hij voelde wat ze had meegemaakt. Hij wou het niet, hij wou het niet voelen. Hij wou die pijn niet voelen, hij wou niet alleen zijn, alleen, voor altijd… “Nanashi je moet me geloven! Ik wist niks, had hier niks gezien, echt waar, en Jesse en Meowth ook niet! Ik heb niks te maken met die acties waar jij mee te maken had! Ik heb nooit…” “OH NEE?” schreeuwde ze. “Je werkt toch voor ze! Je doet toch wat zij vragen! Je hoort toch bij hen!!” “Ja maar…” begon James. “NIKS TE MAREN! Het is zo! En daarom moet je dood. Weg van deze aarde. Je verdiend het niet om hier te leven!” “Nanashi…,” huilde James. De tranen rolden over zijn wangen. “Je begrijpt het niet. Ik ben niet zoals zij. Zij hebben mij ook pijn gedaan, Ik hoor niet bij het Team Rocket dat zij zijn.” Nanashi keek hem aan. Ze leek verstijfd. “Hoe bedoel je??” “Ik wil geen mensen dood maken. Ik wil niet doden, geen Pokémon, geen mensen…” “Wat doe je dan bij hen?” “Ik heb het ook niet makkelijk gehad. Team Rocket was er voor me. En Jesse, Meowth… Ik hoor bij hen thuis. Zij zijn mijn familie.” Er viel een stilte. James keek naar Nanashi. Hij kon geen kant op, zij stond bij de enige deur. Nanashi keek naar hem. Ze leek verdoofd, alsof er opeens een nieuwe wereld ontstond voor haar neus. “Dus… dus ik ben niet… alleen?” “Nee, Nanashi. Nee…,” antwoordde James.
Ze liet haar pistool vallen en zakte op de grond. James besefte dat het nu de tijd was om weg te rennen, maar hij kon het niet. Hij stond op en liep naar Nanashi, en knielde voor haar. “Nanashi, ik… ik wil je helpen. Ik kan je helpen. Als je naar me wilt luisteren. Kom, laten we hier weggaan, dan…” “NEE! We gaan NERGENS heen!” schreeuwde ze opeens. Ze sprong op en duwde James naar de grond. “en JIJ gaat ook nergens heen! Je weet nu TE veel!”

Echt kwaad kan je niet verslaan. Pas als je de oorsprong weg haalt, komt het goede weer naar boven.

“Nanashi!” Riep James, “ Nanashi doe normaal! Laat me los! Laat me gaan!” Maar Nanashi bewoog niet. Ze had James in haar greep, en hij kon geen kant op. “We gaan nergens heen, snap het dan! Niemand zal me ooit vergeven, het snappen, weten hoe het is, niemand!!!” James slikte. Hij voelde dat ze gelijk had. “Je hoeft het toch niet te vertellen… Je hoeft toch niet…” “INDERDAAD! Ik hoef niks meer, en jij binnenkort ook niet!”
James besefte even niet wat er daarna gebeurde. Hij voelde dat Nanshi van hem af sprong en door de kamer rende. Ze pakte iets… wat? Wat was het? Een doosje, een… lucifers? “NEE NANASHI!” riep hij, maar het was al te laat. Hij zag alles om hem heen rood worden. Heet, hitte… James voelde niks meer. Weg, dacht hij. Weg, ik moet hier weg, ik moet hier nu weg! Hij begon naar de deur te rennen maar hij voelde dat iets hem terugtrok. “Je blijft hier, je sterft samen met mij! Je weet te veel!” hoorde hij Nanashi zeggen. Ze klonk niet meer woedend, eerder verdrietig. “Blijf bij me…,” smeekte ze. Opeens twijfelde James. Bij haar blijven? Alles achter zich laten? Nooit meer pijn, nooit meer verdriet… “NEE NANASHI NEE! Ik moet gaan! Ga met me mee, alsjeblieft?” Van schrik liet Nanashi hem los. Met tranen in haar ogen keek ze hem aan, terwijl het vuur om hen heen zich steeds verder verspreidde. “Nee James… Nee… Ik…” Nanashi zakte op haar knieën. “Laat me hier… Ik wil niet meer ik…” James twijfelde. Wat moest hij doen, haar hier achterlaten?? Plotseling hoorde hij iets vallen achter zich. Het vuur had al bijna de hele kelder ingenomen, en was bijna bij de trap. James begon te rennen. Hij rende de trap op, de keuken uit, het huis uit, de weilanden door. Pas toen het huis nog maar ver in de verte was, stopte hij. Hij draaide zich om en zag dat het huis nu helemaal in de brand stond. “Nanashi…” fluisterde hij. “Nanashi…” Hij zakte op zijn knieën. Ze was weg, weg… Hij voelde zijn ogen prikken. “Nanashi… waarom? Waarom moest het zo? Waarom ging je leven zo? Waarom kon ik je niet helpen??” Langzaam voelde hij de regendruppels vallen. Hij wist niet meer wat tranen waren en wat regendruppels. Wat was er toch gebeurd? Waarom was het toch gebeurd? Hoe kon iemand zoiets iemand aandoen? Waarom? Wie? Nanashi…

James liep door een stadje. Dit stadje… hij herkende het. Hij was weer terug. Waar was hij de afgelopen tijd toch geweest? Rondgelopen, hij wist alleen nog dat hij veel had rondgelopen. “James! James! Waar ben je toch geweest!” James keek om. Jesse? Meowth? Wat was er gebeurd?? “James! Waar was je toch? Je had beloofd om lang te komen iedere dag! Wat heb je gedaan?” “Ik… ik… Ik moest de baas helpen. Bij een opdracht. Ik was net op weg naar jullie toe!” zei James aarzelend. Jesse en Meowth keken elkaar aan. “Ja… oké. Zullen we gaan? We moeten de ettertjes weer zoeken!!! Ondertussen hebben we nog steeds geen Pokémon voor de baas!” Zei Meowth. James lachte. “Ja… laten we alles vergeten.” “James… de aanslag. Wat was het? Wat was er gebeurd?” James zuchtte. “Het was een ongeluk. Een ontploffing in het gebouw. Het was geen aanslag, dat was een vergissing.” Jesse glimlachte. “Gelukkig. Stel je voor dat iemand het op mij gemunt heeft!” “Hé en ik dan!” riep Meowth. “Jongens… Laten we blij zijn dat we allemaal nog bij elkaar zijn!” glimlachte James en hij omhelsde Jesse en Meowth.

Nanashi… ben je nu daarboven Nanashi? Alleen, of niet meer? De sterren… Ben jij er nu een van? Ben je op de maan? Alleen? Of heb je nu mensen die om je geven? Nanashi…
James keek naar de sterren. Wat was er toch gebeurd? Waar was hij de afgelopen dagen geweest? Was het wel gebeurd? Of was het allemaal… een droom? Een droom en niets meer dan dat? Een nachtmerrie? Of was Nanashi echt? Ja, ze was echt. Ze was een deel van hem. Een deel van iedereen. Er was een Nanashi in iedereen… “Ik voel je pijn, Nanashi. Ik voel het, ik zal het nooit vergeten…”

Geschreven door Celebi.






 

 Affiliates
 » PikaShop.nl
 » Team Rocketsite
 » Sakura Magic

 Affiliates
 » Rocket Fics
 » Pokémon Paradijs
 » The Arowana
 » Pokemon.startpagina.nl
 » Poké Sea
 » Ballie's Gamesite

© 2002-2007 Wanted! Team Rocket!