Team Rocket | Pokemon | E-Mail | Contact

 Index
 » Beginpagina
 » Blauwe Versie
 » Gastenboek
 » Over Mijzelf
 » Awards
 » Leden TR
 » Contact

 Diversen
 » Diverse Info
 » Motto
 » Plaatjes
 » Banned Episodes
 » Leukste Uitspraken
 » Songs

 Overige
 » Wallpapers
 » Stemmen TR
 » Rants
 » TR Merchandise
 » Fan-Art
 » Fan-Fics
 » Downloads
James: Gevoelens
Hoofdstuk 1: Pijn.

“Jesse? Jesse! Waar ben je! Meowth? Wat… wat is er gebeurd? Waar ben ik? Hoe kom ik hier?” James probeerde op te staan, maar viel al gauw weer op de grond. Alles deed zeer. Langzaam begonnen zijn ogen aan de duisternis te wennen. Een grot? Hij was in een grot! “Jesse!” riep hij weer. Wat was er toch gebeurd? Hij was met Jesse en Meowth aan het werk geweest om een nieuwe val te bouwen voor pikachu. Ah, de val, het perfecte plan. Het begon allemaal met het oude robot principe. Een grote robot om de ettertjes weg te lokken. En dan… stond er een leuke verassing voor ze te wachten. Een grote val, waar ze natuurlijk niet op gerekend hadden. Dat had moeten lukken. Eindelijk zouden ze de overwinning hebben. Eindelijk konden ze die vervelende pikachu aan de baas geven.
Maar hoe was hij hier dan in terecht gekomen? Hij was op zoek gegaan naar takken voor de val. En toen.. hij was gevallen! Het gat, hij wist het weer! Hij had een mooie lange tak gezien en toen hij naar de tak toeliep was hij in een gat gevallen. Hij had het niet gezien, door de bosjes die ervoor stonden. Maar voor hij het wist viel hij in de diepte.
De rest was hem volkomen wazig, maar nu was hij hier, in een vochtige grot, volkomen afgesloten van de buitenwereld. Wat kon hij doen? Zijn pokemon konden hem niet helpen. Weezing zou de situatie alleen maar erger maken door een rookgordijn te maken en Victreebell zou hem alleen maar proberen op te eten. Hij probeerde weer op te staan, deze keer met meer succes. Hij keek om zich heen. Er was een gang voor hem, en rechts van hem. Een andere kant kon hij niet op. Hij besloot de gang recht voor hem te nemen. Met veel moeite en pijn liep hij door de gang, maar het leek hopeloos. Er kwam geen einde aan de gang.
“Tsubat!” klonk het opeens achter hem. “Wat… wie is daar?” zei James angstig. “Tsubat! Bat! Tsubat!” het geluid werd steeds luider. Opeens besefte James dat hij omgeven was door een zwerm Zubat, die in een erg slecht humeur waren omdat hij hun slaap had verstoord! Het gevaar van grotten, niet een sterke Onix, maar veel kleine Zubat die niet gestoord wilden worden. Hij had dit al eens eerder meegemaakt met jesse en Meowth, maar ze konden toen meteen weg. “TsuBAT” “Oh.. oh nee, ik… het spijt me, laat me met rust.. auw!” De Zubat begonnen James aan te vallen. Hij probeerde te rennen, maar zijn lichaam deed nog te veel pijn van de val. De Zubat leken steeds met meer te komen. “Het spijt me, ik bedoelde het niet… AUW! Ik ben hier maar per ongeluk, laat me met rust alsjeblieft…” Maar de Zubat kenden geen genade. James liep zo hard als hij kon, maar zijn lichaam wou niet verder. Hij viel op de grond, en voelde de Zubat in zijn rug prikken. Hij probeerde met zijn handen zijn gezicht te beschermen, maar hij voelde dat zijn gezicht onder het bloed zat. Toen werd alles zwart voor zijn ogen.
Licht… “Raichu, nu!” hoorde hij in de verte… “Donder…, Raichu!” Nog meer licht. “Goed zo Raichu! Je wordt … sterker! Je bent… he, wat is dit? Oh maar… Oh nee, oh nee! Raichu, ga terug naar huis en haal Rapidash! NU!” James hoorde iemand wegrennen. Hetzelfde moment voelde hij hoe iemand hem omdraaide. “Oh nee, nee! Kun je me horen? Kun je me horen? Alsjeblieft, zeg dat het niet waar is…” James voelde dat iemand hem aanraakte, maar hij kon niet bewegen. Hij kon niks zien. Alles deed pijn, overal pijn…
Hoeven. Vuur. Wat was dit? Wat gebeurde er? Hij bewoog. Nee, iets bewoog onder hem. Hij zat op iets. “hou… Rapidash… bijna thuis…” hoorde hij in de verte. Thuis? Nee, niet thuis! Ik wil niet naar huis! Dacht hij en hij raakte in paniek. Niet thuis! Niet thuis! Hij merkte dat zijn lichaam bewoog. “Ho, rustig! Sta stil, Rapidash!” Hij voelde weer dat iemand hem vasthield. ‘Het is goed! Rustig, rustig. We gaan naar een veilige plek. Rustig…” Het leek wel alsof zijn lichaam automatisch deed wat ervan gevraagd werd. Onmiddellijk verdween de paniekgolf en zakte hij weer in elkaar. Wie… Wat… wat is dit? Toen werd alles weer zwart.

Zacht… Zacht? Nee, het klopte niet. De laatste keer dat hij iets zo zacht had gevoeld was toen hij zijn Mareep-wollen kleren voor de laatste keer aan had gehad. Het klopte niet. En de grot, wat was er gebeurd? Waar was hij?
Langzaam probeerde hij zijn ogen te openen. Tot zijn verbazing lukte dit vrij gemakkelijk. Hij zag dat hij in een kamer lag, en alles was roze. De stoelen, het dekbed, de gordijnen, de vloer… alles was roze. Waar ben ik? Wat is er gebeurd? Schoot er weer door zijn hoofd. Alles om hem heen begon scherper te worden. Het was niet alleen roze, maar had ook een bloemetjes patroon. Het leek wel de slaapkamer van een meisje. Hij probeerde rechtop te gaan zitten, maar het moment dat hij zijn arm probeerde te bewegen voelde hij weer de pijn. Hij ging gelijk weer liggen.
“Ah, je bent wakker. Je hebt wel twee dagen geslapen! Ik zal wat te drinken voor je halen.” James draaide zijn hoofd om. In de deuropening stond een meisje. Een mooi meisje. Misschien wel het mooiste meisje dat hij ooit had gezien…

Hoofdstuk 2: Hoop

“Ik… wie ben jij? Wat is er gebeurd? Ik…” Begon James. “Rustig maar. Ik heb je gevonden in de bergen verderop. Je lag in een grot, en je was gewond. Werd aangevallen door Zubats. Hoe kwam dat? Wat deed je daar?” “Ik.. ik weet het niet… ik was in het bos, en ik viel, en…” “Ah. Nou, blijf jij maar rustig liggen, ik ga wat te eten voor je halen.” Het meisje draaide zich om en liep weg. James zuchtte. Wat was er met hem gebeurd? Het meisje… Lang, lichtbruin haar, bruine ogen… Ze was mooi. James schrok van zijn eigen gedachten. Een meisje had hem van de dood gered, en nou lag hij te bedenken hoe mooi ze was!
Toen het meisje de kamer binnen kwam, had ze een Raichu bij zich. “Oh, dit is mijn Raichu. Hij helpt me altijd met alles.” “Rai!” zei de Raichu. Het meisje glimlachte. “Oh, ik heet Adaïn.” “Ik.. Ik heet James.” “Ah… James. Oh, hier heb je wat eten en drinken. Ik hoop dat het smaakt!” James keek naar het blad dat Adaïn vasthield, en het lag vol met heerlijke vruchten en vruchtensap. Dankbaar pakte hij het aan en begon als een gek te eten. Nadat hij alles ophad, viel hij weer in een diepe slaap…
De volgende dag merkte James dat hij zich al een heel stuk beter voelde. Hij kon zich bewegen zonder pijn te voelen en hij besloot even op te staan. Toen hij uit het raam keek, zag hij weilanden, niks anders dan weilanden, en in de verte zag hij bergen. Die bergen… dacht hij, die bergen, daar was ik met Jesse en Meowth! Jesse…, Meowth… Waar zouden ze zijn? Wat zou er met hen gebeurd zijn? Zouden ze op zoek zijn gegaan? “Oh, je bent wakker!” Hoorde hij opeens achter hem. “Oh, hoi… ja.” “Je… je kleren waren helemaal kapot. Ik heb wel wat andere kleren voor je, als je wilt.” “Dank je.” Antwoordde James glimlachend. Adaïn liep de kamer uit en kwam weer terug met een paar kleren. Ze glimlachte even naar James, en liep toen weer weg. James trok de nieuwe kleren aan, een rood t-shirt en een spijkerbroek.
“Ah, daar ben je. Ik heb al wat eten voor je.” “Ah.. bedankt.” James wist niet wat hij moest zeggen. Waarom was ze zo lief voor hem? Dat had nog nooit iemand gedaan. Jesse niet, Meowth niet, zijn ouders niet… alleen Growly.
James ging aan tafel zitten en begon gulzig alles op te eten. “Wat deed je in het bos?” vroeg Adaïn opeens. “huh?” “nou, toen ik gister aan je vroeg wat je in de grot deed… je zei dat je in het bos was en viel.” “oh… ja, ik was op zoek naar hout. Om eh.. om een vuur te maken. Om eten te maken. Ik ben op een trektocht.” Loog James. Hij kon haar niet vertellen dat hij bij team rocket zat. Het lukte hem gewoon niet. “Oh… weet je dan niet dat dit gebied erg gevaarlijk is? Er zitten hier veel wilde pokemon, en de grotten in de bergen zijn erg veradelijk. Je zou niet de eerste zijn die daar was gestorven, als ik je niet had gevonden…” “wawt deew jiw daawr dan?” Zei James met zijn mond vol. “Ik train mijn pokemon daar. Ik train pokemon die zwaar werk kunnen doen, en in die grotten zijn vaak grote losse stenen te vinden die ze kunnen verplaatsten om te trainen.” “Wawt voow pokemon train je dwan?” Zei James, die nog steeds hard bezig was zo veel mogelijk eten naar binnen te krijgen in zo min mogelijk tijd. “sterke pokemon, graveler, Golem, Donphan soms, maar meestal Larvitars, die fok ik zelf.” James viel bijna van zijn stoel. Larvitars? “Die zijn toch ontzettend zeldzaam?” zei hij verbaasd. “Ja, en moeilijk te trainen ook. Maar als ze je vertrouwen zijn het schatjes. En als ze eenmaal geëvolueerd zijn… erg sterk ook.” James kon het niet geloven. Een boerderij vol met zeldzame pokemon… als hij dit aan de baas konden geven, zou die hem zeker goed belonen. Maar… Adaïn, ze had hem gered, en ze was zo, zo… “Zal ik je zometeen de pokémon laten zien? Als je fit genoeg bent, natuurlijk.” “Ja, graag. Ik denk wel dat het gaat.” Ze glimlachte. Wat was ze mooi… Hier blijven… spookte het door zijn hoofd. “NEE James!” zei hij tegen zichzelf. “Wat… wat is er?” “Ik… niks, sorry. Er is niks.” Ik moet hier weg, vanavond. Ik moet naar Jesse en Meowth toe. Pikachu vangen.
Toen James zijn ontbijt ophad (en het verbaasde hem zelf hoe veel hij op kon) volgde hij Adaïn mee naar buiten. Hij kon niet geloven wat hij zag. Pokemon… wel 50 pokemon, rustig, vredig bij elkaar…

Hoofdstuk 3: Liefde.

“Wow… wat veel…” Zei James stomverbaasd. “Ja he? Alle larvitars, pupitars en tyranitars die je ziet zijn van mij. De gravelers, Golems en die Donphan daar train ik voor andere mensen.” James keek zijn ogen uit. Dit zou zo’n perfecte kans zijn om zeldzame pokemon te stelen. Geen ettertje in de buurt, maar één iemand om de pokemon te beschermen… “Rai!” “Ah, Raichu! Mijn Raichu ken je nog wel? Hij helpt mij ook de pokémon te verzorgen. Verder heb ik nog Wartortle, om de pokemon in toom te houden. De meeste pokemon die ik heb zijn van het steen type, en dus bang voor een water pokemon als wartortle. En dan heb ik nog Rapidash, ik rijd meestal op hem, gaat een stuk sneller dan lopen!” “James keek nog steeds gefascineerd om zich heen. Zoveel pokemon, zoveel… Adaïn, Adaïn…. Nee, nee! Niet nu, dacht hij, niet nu… Hij werd uit zijn gedachten geschud door een naderende pokemon. Een Tyranitar! “Ah, Tyrion! James, dit is Tyrion. Hij is mijn tyranitar mannetje. Ik fok met hem, en mijn vier vrouwtjes. Mooi is hij, hè?” James had nog nooit zo’n mooie, grote, sterke pokemon van zo dichtbij gezien. En hij luisterde zomaar naar Adaïn! Deed Victreebell dat maar… “Hij is prachtig.” En jij ook. Dacht hij erbij. “Zullen we weer naar binnen gaan? Je ziet er erg moe uit. Kom, dan kun je verder uitrusten.” James volgde Adaïn weer het huis in, wat overigens ook van buiten roze was. “Ik heb deze boerderij van mijn vader geërfd. Hij is twee jaar geleden om het leven gekomen, toen hij door de bergen reed. De auto slipte en.. en…” James zag dat Adaïn het moelijk had. “Je hoeft het niet te vertellen, als je niet wil. Heus, ik begrijp het…” “Oh, ja, het spijt me. Kom, ik zal je bed even verschonen.”
Nadat Adaïn daarmee klaar was, stopte ze James in bed. “Ga jij nou maar weer slapen. Als je wakker bent mag je gerust wat eten halen uit de keuken hoor. Ik blijf op de boerderij,dus als je me nodig hebt, roep me maar.” James glimlachte. “Is goed. Nog maals bedankt. Ik weet echt niet hoe ik je terug moet betalen, ik…” “Terugbetalen? Kom nou! Dat hoeft echt niet. Ik doe het graag, arme jongens uit de grotten halen.” Ze schoten allebei in de lach. “welterusten.” Zei Adaïn, en ze streelde James even door zijn haar. Ze glimlachte, en liep de kamer uit. Adaïn… James kon er niks aan doen, maar elke keer als ze naar hem keek, voelde hij zich raar, veilig, warm, gelukkig… Lange tijd bleef hij nog nadenken, dromen, tot hij uiteindelijk in een diepe slaap viel.

De volgende ochtend kon James zich eerst herinneren waar hij was. De roze muren, de bloemetjes…. Adaïn! Adaïn… James stond op en kleede zich aan. Hij ging naar de keuken, en pakte voor zichzelf wat te eten. Er was zoveel… meestal moest hij met Jesse en meowth op een houtje bijten. En nu, zoveel als hij maar wou! Meowth en Jesse zullen zo jaloers zijn als ik dit vertel! Dacht hij.
Nadat hij gegeten had besloot James om naar buiten te gaan en Adaïn te zoeken. Het duurde niet lang voor hij haar had gevonden, ze was met een graveler aan het trainen om zware rotsblokken te verplaatsten. “Hoi!” riep hij. “Oh hoi! Je bent wakker slaapkop!” James lachte. “Wat ben je aan het doen?” Vroeg hij. “Ik train deze graveler. Zijn trainer is een reddingswerker in een berggebied waar nog wel eens stenen loslaten, dus moet ik deze Graveler leren om zo snel en goed mogelijk stenen te verplaatsen. Wil je helpen?” “Ja, graag.” De rest van de dag hielp James Adaïn met de pokemon; trainen, voer geven, het terein schoon maken…
Nadat ze die avond gegeten hadden, liepen ze nog over de boerderij om alle pokemon te controleren. “Doe je dit altijd in je eentje?” vroeg James. “Ja. Ik heb geen broers of zussen, en toen mijn vader overleed… ik kon de boerderij niet sluiten. Ik wou het ook niet, ik ben hier opgegroeid. Bovendien vindt ik het hartstikke leuk om te doen.” “ dat kan ik begrijpen. Het lijkt me heerlijk om met zoveel pokémon te werken.” “Is het ook. Werk jij veel met pokemon?” “Ik… nee, niet veel. Ik heb er twee, maar ben niet een trainer. En ik heb nog een Growlithe thuis.” “Ohhh… waarom heb je die niet meegenomen op je trektocht?” “Hij past op mijn ouders. Ik wou niet.. ik kon niet thuis blijven. Maar ik wou ze niet zo achterlaten. Daarom is hij bij hun.” Adaïn knikte. “Oh, je bloedt! Kom hier!” Adaïn pakte een doekje uit haar zak en begon James z’n wond op zijn arm schoon te vegen. Wat is ze mooi, dacht James, terwijl Adaïn bezig was. En lief, en aardig… De hele dag was hij bij haar geweest, en hij had van elk moment genoten. Haar ogen, haar lach, haar haar, haar stem… Maar vooral haar karakter. Ze was zo lief, zo zacht… zo anders dan alle anderen die hij kende. Niet zoals Jesse. Of dat rood harige ettertje. “prachtig he, de zon. Ik kijk er iedere avond naar, de zon die achter de bergen verdwijnt. Het maakt me rustig van binnen, laat me zien dat de wereld mooi is…” “Net als jij.” Zei James. Adaïn keek op. “Wat?” James zuchtte. Hij kon het niet meer tegenhouden, het gevoel was te sterk. “Dat je mooi bent.” James zag dat Adaïn rood werd. “Ik…” Hij legde zijn vinger op haar lippen en streelde daarna haar wang. “Je bent mooi, Adaïn. Mooi en lief.” “James…” Wat gebeurt er met me? Dacht hij. Waarom doe ik dit? Ik kan niet… team rocket, ik moet terug… maar op hetzelfde moment had hij ook wel door dat hij zijn gevoelens niet aan de kant kon zetten. “Adaïn…” Wat er precies gebeurde, wist hij niet. Maar hij voelde haar lippen tegen de zijne, haar armen om zich heen, haar lichaam… Het was een droom die hij nog niet eerder had gehad, misschien wel, een nieuwe realiteit… Toen hij zijn ogen opendeed, zag hij niks anders dan haar, Adaïn. “James ik… het spijt me, ik, ik… ik hou van je.” “Adaïn…” En voor hij het wist, zoende hij haar opnieuw.

Hoofdstuk 4: Woede.

“James…” Adaïn… ik… ik ga, ik ga naar bed. Het spijt me, ik…” “James, het hoeft je niet te spijten. Ik vond het niet erg.” “Ooohhh… Ik, ik ga toch maar, ik ben moe. Tot morgen.” James draaide zich om en liep het huis in. Wat was er toch gebeurd? Waarom had hij haar gezoend? Toen hij weer op zijn kamer was, keek hij door het raam naar buiten. Adaïn stond daar, met een Tyranitar. Adaïn… Jesse. Wat zou Jesse vinden? Meowth? “Wat moet ik DOEN!” schreeuwde hij. James ging op zijn bed liggen. Het drong nu pas tot hem door hoe moe hij was, en het duurde ook niet lang voor hij in slaap viel.

“… Niet oud genoeg. …. Nee! …. Terug….” WHAM. James schrok op. Wat was dat? Hoe laat is het? Half 11… James kwam van zijn bed af en ging naar de keuken. “He Adaïn, wie was dat?” vroeg hij, toen hij Adaïn tegen kwam. “ohh… een man die mijn Pokémon wou kopen. Allemaal! Natuurlijk zei ik dat dat niet kon, waarop hij vroeg of hij dan al mijn larvitars mocht kopen. Toen ik zei dat die nog te jong waren, liep hij boos weg.” “Raar…” zei James. “Nou ja… ik ga eerst maar eens wat ontbijt voor je klaarmaken. Kun je me vandaag nog helpen met de pokemon? Ik moet nog een aantal zware dingen doen, en zou het heel fijn vinden als je me zou helpen.” “Ja, natuurlijk.”
James hielp Adaïn de hele dag, met pokemon voeren, trainen, de boerderij opknappen. Tot zijn grote verbazing had Adaïn het geen een keer over de avond ervoor. Misschien maar beter ook, dacht hij. Hij was er nog steeds niet uit wat hij nou wou.
“Heerlijk!” riep James, toen hij een hap nam van Adaïns zelfgemaakte fruitsalade. “De vruchten groeien hier in de buurt, dus zijn altijd vers. Mijn geheim!” Adaïn lachte. “Wil je wat drinken?” vroeg ze. “Nou, als je cola hebt…” antwoorde James. Adaïn liep naar de koelkast en pakte een fles cola. Toen James de fles zag, sprong hij op en rende naar haar toe. Die, die kroonkurk! Mag ik die eens zien?” Adaïn keek hem raar aan, en gaf hem de dop. “Waahooo! Deze is zo zeldzaam! Jaaa!!!” “je… je spaart doppies?” “Ja! En deze… jay!” James danste bijna door de kamer van blijdschap en Adaïn had moeite om haar lach in te houden. “Nou, je mag hem hebben hoor!” zei ze. “Oh dank je, dank je! Je bent geweldig kom hier!” James gaf haar een stevige knuffel. “James, je mag hem zo hebben hoor, geen moeite!” “Oh Adaïn…” Hij keek in haar ogen en zag weer wat hij eerder al had gezien. Schoonheid, liefde, zachtheid.... Hij wist niet waardoor het kwam of waarom, maar hij zoende haar. Zacht, dacht hij. Ze is zo zacht en lief, zo….
KRAAAAAAAAAK. James schrok op. “Wat gebeurt er?” vroeg Adaïn angstig. “Ik weet het niet. Ik…” KRAAAAK. “Het komt van buiten! Adaïn, jij blijft hier. Ik ga kijken. Blijf rustig, oke?” Adaïn knikte.
James rende door de voordeur. Hij had al gauw door dat het geluid bij de schuur vandaan kwam. Hij rende om het huis en stond ook even snel weer stil. Achter het huis stonden allemaal grote vrachtwagens, een grote machine, en honderden mensen in zwarte pakjes. Het duurde niet lang voordat James door had wie ze waren… TEAM ROCKET! Het was overduidelijk. De zwarte vrachtwagens hadden een R op de zijkant, de mannen hadden een R op hun pakje, en…. Wat was dat voor een geluid? Het kwam van boven… een helikopter! De baas! Schoot door James heen. De pokemon… opeens snapte James alles. De man die vanochtend bij Adaïn langskwam was er alleen maar om te kijken hoeveel ze hier had, hij wou niks kopen! Hij was van Team Rocket! En nu waren ze hier, om de pokemon te stelen!
James raakte in paniek. Wat moest hij doen? Hij zou Team Rocket kunnen gaan helpen, maar als ze wisten dat hij hier al een paar dagen was zonder ze in te lichten… en Adaïn, hij kon zich toch niet zomaar tegen haar keren? KRAAAAAAAAAAK klonk het weer. Team Rocket was bezig de stallen van de pokemon kapot te maken. Weg… hij wist het, hij moest hier weg, en Adaïn moest met hem mee! Hij rende weer terug naar binnen om Adaïn te halen. “vlug, we moeten hier weg! Geen tijd te verliezen, kom op!” Riep hij. “Wat, wat is er aan de hand?” “Team Rocket. Ze willen je pokemon stelen. Geloof me, er is niks aan te doen. We moeten hier nu weg, die mensen zijn gevaarlijk!” “Wat? Maar ik kan ze hier niet zo achterlaten! Mijn pokemon, ik heb ze gefokt, opgevoed, getraint…” “Adaïn, luister naar me! Je kunt er niks tegen doen in je eentje. We kunnen hulp gaan zoeken. Ze zijn met zoveel, en wij zijn maar met z’n tweeen. Ik ken die mensen Adaïn. Alsjeblieft, geloof me…” Adaïn zuchte. James zag dat ze het moeilijk had. Toch volgde ze hem. Samen rende ze weg, naar de bergen, gevolgd door Raichu.

Hoofdstuk 5: Haat.

“Zo, hier zijn we veilig.” Zei James opgelucht. Ze hadden het hele stuk naar de bergen gerend, en toen ze bij een grot aankwamen zijn ze daarin gaan schuilen. “tenminste, zolang de Zubat ons niet aanvallen.” “Nee, die komen niet zo dicht bij de opening van de grot. Maar…. James, ik kan dit niet. Ik moet terug.” “Wat!” riep James. “Maar Adaïn, ik heb je toch gezegd, dat kan niet, ze zullen… je kunt niks doen.” “Maar ik wil wel proberen wat te doen! Het zijn mijn pokemon en ze rekenen op mij. Als ik ze in de steek laat, hebben ze niemand! Misschien kan ik niks doen, maar ik wil het gewoon proberen. Snap je het niet?” “Ik…” James zuchtte. Hij snapte het wel, dat zeker. Maar Team Rocket… het had geen zin, Adaïn zou alleen zichzelf in gevaar brengen. En hij kon niet mee, als Team Rocket hem herkende… Maar Adaïn, hij wou haar ook niet alleen laten gaan… “Ik ga met je mee.” “Oh James!” Adaïn gaf hem een knuffel en samen gingen ze terug naar de boerderij.
“Maar… wat wou je dan doen? Ze zijn met zoveel!” “Ik weet het niet. Al kon ik er maar een redden… Dat is het! De kleine larvitar! Het valt niet op als er een mist, dus als ik ze een voor een weg kan halen, dan kun jij ze hiervandaan leiden. Hoe vind je die?” James knikte. Het was misschien wel een goed plan. Dat hij zelf nooit op zo’n idee was gekomen!
Toen ze bij de boerderij waren slopen ze langzaam om het huis heen. Team Rocket had inmiddels vrijwel alle pokemon gevangen in netten. “Laad ze in de vrachtwagens! Schiet op, voordat dat snertkind dat hier woont thuiskomt!” Hoorde ze een vrouwenstem roepen. “Domino!” fluisterde James. “Wat?” “Ik… niks. Laat maar.” Adaïn keek hem niet begrijpend aan maar ze draaide zich weer om. “De larvitar staan aan de andere kant. Ik zal dus om de stallen heen moeten als ik ze wil halen. Oke, jij blijft hier James. Ik geef jou de larvitar aan. Zodra je er een hebt, breng je hem naar de andere kant van het huis. Daarna kom ik met de volgende.” James knikte. Hij zag Adaïn in het gras sluipen, en ze verdween. Hij zuchtte. Wat was hij toch aan het doen? Team Rocket bestelen, Zijn Team Rocket bestelen! Maar hij kon niet anders. Als dit is wat Adaïn wou, en als hij Adaïn wou…
Na een tijdje zag hij Adaïn weer terugkomen. “Hier is de eerste. Ze hebben Wartortle en Rapidash ook! Breng deze naar achter, ik haal de volgende!” En weer ging Adaïn door het gras om een larvitar te halen. James sloop met de Larvitar naar achteren. Het koste hem veel moeite de larvitar stil te houden; het was duidelijk nog een hele jonge pokemon. Nadat hij de larvitar in het huis had gezet sloop hij weer terug. Adaïn was er alweer met nog een larvitar.
Op deze manier lukte het ze om tien Larvitar en een Pupitar weg te halen, terwijl Team Rocket de grootste moeite had met het inladen van de Tyranitar en ruzie had wiens schuld het was dat ze geen pokeballs bij zich hadden. Adaïn was alweer een tijdje weg om een nieuwe pokemon te halen. “War! Tortle Tortle!” Hoorde James opeens. Wartortle? “Daar! Daar is iemand! Erachteraan jullie!” Hoorde hij iemand roepen. Adaïn, ze hadden Adaïn ontdekt! Hij zag Adaïn wegrennen, maar de Team Rocket leden hadden haar zo ingehaald. Ze gooiden haar op de grond en het volgende wat James zag, was dat ze vastgebonden met de Team Rockets mee liep. “Zo, wat hebben we hier. Ah, jij bent dat wijffie van wie deze boerderij is, niet waar? Hahahaha. Je kwam kijken hoe we je pokemon aan het jatten waren? Gezellig! Hoe meer zielen, hoe meer vreugd!” Domino gebaarde aan twee andere rockets dat ze Adaïn vast moesten houden. Domino ging weer verder met haar inlaad werk.
Wat moet ik doen, wat moet ik doen? James raakte in paniek. Als hij haar zou proberen te redden zou hij haar alleen maar in gevaar brengen. Hulp halen had geen zin, tegen de tijd dat ze hier terug waren was het te laat. Adaïn… wat moest hij doen, wat moet ik doen?
Terwijl James zat te piekeren en alleen maar meer verward raakte, lukte het Team Rocket steeds sneller om de pokemon in te laden. Het duurde dan ook niet lang voor ze klaar waren. “Zo wijffie, Nou zijn al je geliefde pokemon van ons, Team Rocket! Maar je hoeft niet bang te zijn hoor, Deze pokémon gaan ons helpen met andere criminele activiteiten.” “Nooit! Ze zullen je nooit helpen!” Riep Adaïn. “En wie zegt dat, jij? Wij hebben zo onze methoden, weet je. Tot ziens juffie!” Domino stapte in de vrachtwagen en de chauffeur begon gas te geven. Adaïn stond buiten, nog steeds vastgebonden. “Oh, en voordat je iets doorverteld…” begon Domino, “Voor jou.”
James zag eerst niet goed wat er gebeurde. Hij snapte het niet, hij wou het niet snappen. Domino had iets gepakt. Een roos, een zwarte roos. Een knal. Adaïn, ADAÏN! Ze viel op de grond. De vrachtwagen reed weg. Even was James verstijfd. Tot hij besefte wat er gebeurd was. “ADAÏN!!” riep hij, en begon verblind door tranen naar haar toe te rennen. Hij viel bij haar neer, en zag dat zijn ergste nachtmerrie zojuist was uitgekomen. Adaïn lag daar, roerloos, rood van het bloed. Domino had haar neergeschoten.

Hoofdstuk 6: Adaïn.

“Adaïn, Adaïn… Zeg nou wat, Adaïn…” Adaïn bewoog niet. Ze lag roerloos op de grond. James zat naast haar, in tranen. Hij wist het niet meer, wist niks meer. Verblind door verdriet. “Adaïn…” Langzaam draaide hij haar om. Haar ogen… dicht? Ze leefde nog! “Adaïn!” riep James weer. Hij hield haar in zijn armen. “Ja…mes… Ik…” “Adaïn, stil, ik haal hulp, ik… het spijt me zo, het is mijn schuld!” “Nee, James… het is… over… ik hou van…j…” James voelde haar lichaam verslappen. Haar ogen vielen open. “Nee, Adaïn.. nee! NEE ADAÏN!”schreeuwde hij. James wist het. Hij wou het niet geloven, maar hij wist het. Adaïn was er niet meer. Vermoord, zonder enkele reden vermoord door zijn eigen Team Rocket. Als hij… had hij iets kunnen doen? Hij had niks gedaan. Hij keek weer naar Adaïn. Zijn schuld… Hij liet Adaïn los en stond op. Nog steeds verblind door tranen, woede, verdriet begon hij te rennen. Hij wist niet waarheen, als het maar ver weg van die plek was, heel ver weg…

Hoe lang was hij al weg daar? Twee dagen? Drie? Vier misschien? Hij wist het niet. Maar hoe langer het geleden was, hoe meer het allemaal maar een boze nachtmerrie leek. Adaïn… Ze was… alles. Zijn alles. En nu was hij weer alleen. Alleen op deze wereld. Nog meer alleen dan eerst. Geen Adaïn meer, maar ook geen Jesse, of Meowth. Hij had het gevoel alsof hij ze nu meer nodig had dan anders. Maar waar waren ze? Waar was hij zelf? Hij had al een paar dagen door de bossen gelopen. Afgezien van wat besjes had hij niks gegeten. Was niemand tegen gekomen. Alleen wat pokemon. Pidgey, Rattata…
Het werd alweer avond. De eerste sterren waren al te zien aan de hemel. Adaïn, zou zij daar zijn? Hij ging op zoek naar een zacht plekje. Weer voelde hij de tranen bij zichzelf opkomen. Wat als hij wel wat had gedaan? Wat als hij haar had geholpen? Wat als hij Team Rocket had geholpen? Zou ze dan nog…
“Maar wat als ik wel om je geef? Wat als mijn hart wel naar jou verlangt? Wat als mijn ziel wel op je wacht? Wat als ik wel van je hou?”
Stemmen. Stemmen? In het bos? James ging zitten. Hoe lang had hij geslapen? Het was alweer licht “Dennis… Ik weet dat je van me houdt. Ik hou ook van jou. Maar…” Hoorde hij een meisje zeggen. Ze waren niet ver weg. Hij stond op en ging wat dichterbij staan. “We moeten verder Dennis. Het kan zo niet. Ik hoor niet bij je, hoe veel ik ook van je hou. Ik moet verder met mijn leven. We zijn anders… te anders. Doei Dennis.” Het waren twee mensen. Twee jonge mensen die daar zomaar stonden te praten. Ze heeft gelijk, schoot door James heen. Ze heeft gelijk. Hij en Adaïn… hij hield van haar. Houdt. Maar Hij paste niet bij haar. Ze was anders, te anders. Hij hoort bij Team Rocket. Zij… Zij hoorde thuis waar ze was. Ze is niet meer, maar…
Hij wist niet hoe het kwam of waardoor precies, maar nadat hij de twee mensen had horen praten, voelde hij zich beter. Hij zou Adaïn nooit vergeten. Maar hij moest verder. Hij hoorde bij Team Rocket. Niet bij diegene die Adaïn hadden vermoord. Hij was niet zo, dat zou hij niet kunnen. Nooit. Maar Jesse en Meowth… daar hoorde hij thuis.
Het was ondertussen al weer een week geleden dat hij de mensen in het bos had horen praten. Sinds die tijd was hij al in verschillende dorpen en plaatsjes geweest. Nog nooit had hij Meowth en Jesse zo gemist. Vandaag was hij weer in een dorpje, een klein dorpje. Weinig mensen. Toch lukte het hem nog om tegen iemand aan te botsen. “Ik… het spijt me, ik…” begon hij. “Maar… JAMES! Waar ben je al die tijd geweest? Zelfs de ettertjes waren ongerust! En wat doe je nu hier?” James was stomverbaasd. Zonder het te merken was hij tegen Jesse op gelopen! “Jesse! Ik, ik was gevallen toen ik hout ging zoeken en…” Hij twijfelde. Adaïn, moest hij iets vertellen over haar? Alles wat hij had meegemaakt? “En ik raakte verdwaald. Ik heb dagen rondgezworven.” “En die kleren dan ,waar heb je die vandaan?” “Gepikt, uit een kledingwinkel.” Jesse lachte. Ze vertelde James dat hij haar moest volgen. Vlak buiten het dorpje wachtte Meowth, die ook blij was om hem weer te zien. Binnen een paar minuten was het alsof hij nooit was weggeweest. Alsof er nooit wat was gebeurd. Samen met Jesse en Meowth bedacht hij een nieuw plan om Pikachu te stelen, en hij kon eindelijk weer zijn Team Rocket kleren aandoen.

Die avond lukte het James niet om te slapen, hoewel hij weer in zijn eigen slaapzak was. Bij zijn vrienden. Hij bleef maar aan Adaïn denken. Hij kon haar niet vergeten, nooit. Ze was een deel van hem geworden. Hij wist dat hij verder moest, zonder haar. Hij stond op en liep naar zijn kleren toe, die hij van haar had gekregen. Het laatste wat hij nog had van haar. Hij pakte de kleren en voelde iets in de zak van zijn broek… de kroonkurk! Hij had de zeldzame kroonkurk nog! Hij glimlachte. Adaïn… Deze zou hij altijd bij zich houden. Net als zijn herinneringen aan Adaïn. Want hoewel hij het gelukkigst was bij Jesse en Meowth, bij Team Rocket, bij Adaïn was hij even, heel even, echt gelukkig geweest. Intens gelukkig. Iets wat je maar een keer in je leven kan zijn.

Geschreven door Celebi.






 

 Affiliates
 » PikaShop.nl
 » Team Rocketsite
 » Sakura Magic

 Affiliates
 » Rocket Fics
 » Pokémon Paradijs
 » The Arowana
 » Pokemon.startpagina.nl
 » Poké Sea
 » Ballie's Gamesite

© 2002-2007 Wanted! Team Rocket!